Monniken en Ridders - Sam en Jelani
Dit tijvak begint in het jaar 500 en eindigt in het jaar 100. De middeleeuwen duurden tot het jaar 1500. Dit tijdvak word ook wel de vroege middeleeuwen genoemd.
In het jaar 476 kwam er een einde aan het West-Romeinse Rijk. Door het instorten van het Romeinse Rijk veranderde er veel voor de boeren. Ze konden in de tijd van het Romeinse rijk gebruik maken van de Romeinse techniek. Nu moesten ze zichzelf redden. Hierdoor ging de oogst achteruit en konden de boeren gezinnen zich niet makkelijk redden. Ook ging handel moeilijker dan daarvoor. Het Romeinse geld was niets meer waard en de mensen begonnen weer met ruilhandel.
Het grote gebied van de Romeinen was nu kapot. Vanaf het jaar 500 verschenen er verschillende koninkrijken. 1 van die rijken behoorde tot de Frankische koning Clovis. IN de 8e eeuw werd dit een groot koninkrijk in West Europa. Karel de Grote was de keizer van dit rijk.
De keizer had zijn land verdeeld in streken. IN die streken had de keizer een landheer geplaatst. De landheer mocht zijn land verhuren in ruil voor bescherming. De boeren verbouwden het land en gaven hun landheer een deel van de oogst. De boeren weerden horigen genoemd. De meeste mensen in Nederland uit de vroege Middeleeuwen leefden op het platteland. Zij waren dus horigen onder een landheer.